spacer.png, 0 kB
spacer.png, 0 kB
Mont Aigoual '95

Mont Aigoual '95

deel 1

Vakantie, Frankrijk, fiets mee natuurlijk! Dit jaar stonden de Cevennen op het programma. Een overweldigende natuur, woest, grillig, enorme ‘gorges’ (in de loop der millennia uitgesleten rivierbeddingen), uitgestrekte kale hoogvlaktes. Na een reis van twee dagen konden we onze tent opzetten in het dorpje Riviere sur Tarn, op een door veel te veel Hollanders bezette camping. Naast het genieten van de rust, een dagje kanoën, het bezoeken van enkele grotten en het verkennen van de omgeving, was er natuurlijk ook ruimte voor wat fietstochtjes. Thuis was er al een tocht bedacht, of liever, afgekeken. De boekenwormen onder jullie weten ongetwijfeld dat het boek ‘De renner’ van Tim Krabbé zich in deze omgeving afspeelt. Voor diegenen die het boek niet kennen, het is een absolute aanrader! Het boek gaat over de amateur-wedstrijd ‘de ronde van de Mont Aigoual’ en is zo goed geschreven dat je de pijn van het klimmen voelt bij het lezen. Jullie begrijpen het al, deze tocht moest de koninginnenrit worden van de vakantie.

In de Domenicus reisgids had ik ook nog gelezen dat de fietsclub van Millau, een stad niet ver van onze standplaats, een boekje had uitgebracht met beschrijvingen van fietstochten in de omgeving. Daar zijn we dus eerst naar op zoek gegaan. Bij de plaatselijke VVV vonden we inderdaad het bewuste boekwerkje wat dan ook voor zo’n 40 frank werd aangeschaft. Ik moet zeggen dat ik daar geen spijt van heb gehad. Als training voor de grote rit heb ik er twee (licht aangepaste) ritten uit gereden, waaronder de ‘Route des Pins’, een tochtje van 53 kilometer. Deze route ging als volgt: Een licht dalend vals plat tot Aguessac, dan een tien kilometer lange klim die je 500 meter doet stijgen naar 850 meter boven zeeniveau, vervolgens een korte afdaling naar 800 meter, om daarna weer heel snel te stijgen naar 950 meter. Zo’n vijf kilometer blijf je licht glooiend op deze hoogte, waarna je getrakteerd wordt op een afdaling van bijna twintig kilometer. Soms vals plat omlaag, soms een procentje of vier, in elk geval heerlijk!

De resultaten:

Afstand : 53.30 km.

Tijd : 2:29:01

Gemiddelde : 21.46 km/u

Topsnelheid : 61.4 km/u

Je ziet, een gigantisch gemiddelde, maar ja, ik ben dan ook niet bepaald een wereldklimmer. Ik moet overigens zeggen dat het klimmen me best lekker afging, tijdens de tien kilometer klimmen slechts één keer afgestapt om wat te eten en te drinken. Maar wat wil je, het stijgingspercentage was gemiddeld slechts vijf procent, een wat lang uitgevallen Brienenoordbrug dus

De andere tocht uit het boekje was een wat ingekorte versie van wat de fietsclub van Millau ‘Les trois causses’ noemt. Deze naam heb ik na afloop omgedoopt in ‘La route terrible’ en wel hierom: Geheel volgens het boekje kon de route wat verkort worden door een tweede lus rond Millau niet te rijden. Om er voor te zorgen dat het thuisfront niet de hele dag alleen zou blijven zitten, werd voor de verkorte route gekozen. De lengte van de tocht zou dan ongeveer 70 kilometer worden. (foutje nummer 1). Het gemiddelde, inclusief rust, werd geschat op 18 km/u. (foutje nummer 2). Tenslotte werd terloops vergeten dat ik de, volgens het boekje zeer lastige afdaling, in mijn geplande rit zou moeten klimmen. (foutje nummer 3).

De eerste confrontatie was met foutje nummer 3, drie kilometer na Millau moest ik linksaf slaan. Herinneringen aan de muur van Huy kwamen weer naar boven. 42 voor, 28 achter, 0 als waarde van het verstand brachten me zonder af te stappen naar een wat minder steil stuk van de beklimming, waar ik even de tijd nam om van de schrik te bekomen en om wat energie aan te vullen. Met een scheef oog keek ik naar de bergwand rechts van me, daar zou ik toch niet omhoog hoeven? Nee, daartegen kun je geen weg aanleggen. De franse wegenbouwers werd met deze gedachte zwaar onrecht aangedaan, want waar vaste grond is kunnen zij een weg aanleggen. Zo ook tegen deze bergwand. Ik verkeerde in de verkeerde veronderstelling dat het na de pauze wel wat makkelijker zou gaan, erger kon niet……toch wel!! Drie rustpauzes in drie kilometer, vijf haarspeldbochten en 350 meter dichter bij de onbewolkte hemel. Halfdood bereikte ik de Causse de Larzac, waar foutje 2 al lag te wachten. Het bruto gemiddelde lag inmiddels al onder de 10 kilometer per uur. Toch nam ik de tijd om daar even goed te recupereren, er zouden nog meer klimmetjes volgen. Tijdens die pauze leek het even of ik het aardse was ontstegen, want een lieflijk belgerinkel drong mijn gehoorgang binnen. Het waren echter geen engelen die het gerinkel voortbrachten, of ze zouden er heel anders uitzien dan ik me altijd had voorgesteld. Het was een kudde schapen die over de glooiende heuvel kwam. Een mooie ervaring, het geluid van de bellen, het geluid van de wind, een eenzame herder met zijn kudde en een eenzame fietser met zijn fiets. Verder niets of niemand in de wijde omtrek. Na weer opgestapt te zijn werd het gevoel van rust al snel verstoord. ‘Allez Indurain!’ werd me toegeschreeuwd, een groep jongeren op mountainbikes reed me tegemoet en deed me weer beseffen waar ik mee bezig was. Nog een paar kilometer verder kreeg ik de eerste afdaling voorgeschoteld, niet eentje waar ik echt blij van werd. De goede asfaltweg waar ik tot dan toe had gereden veranderde langzaam in een boerenpad. Het begon met wat kuiltjes die kuilen werden en af en toe stak er een graspol door het vergane asfalt heen. Niet veel later reed ik op een weg met gescheiden rijbanen van elk zo’n veertig centimeter breed. De middenberm bestond uit gras, stenen en opgedroogde modder. Na de derde haarspeldbocht verscheen er plotseling een gloednieuw stuk weg. Gitzwart, lekker breed, maar helaas nog bezaaid met klein grind. Pas in het volgende dorpje kwam er verbetering in het wegdek, geen verbetering in de afdaling, die ging over in een klim. Er moest weer ongeveer 200 meter verticaal worden afgelegd en dat moest gebeuren in zo’n 5 kilometer. De kuiten begonnen te protesteren, de dijen werkten ook niet meer echt mee en de rug begon te verkrampen. Na deze klim zou het genoeg zijn, eenmaal boven werd de kaart bestudeerd en viel de beslissing om de derde en laatste klim niet meer te doen, maar langs de Tarn terug te rijden naar Millau en vervolgens naar Riviere sur Tarn. In afstand zou het nauwelijks iets uitmaken maar het zou wel een stuk makkelijker zijn Bij het punt waarop van de oorspronkelijke route werd afgeweken kwam foutje 1 om de hoek kijken. De ritafstand die geschat was op 70 kilometer zou boven de 80 kilometer uitkomen, in Nederland een stief kwartiertje, in Frankrijk al gauw een half uur vertraging. Dat bleek toen ik na een heerlijk stuk fietsen maar liefst drie kwartier later dan de afgesproken tijd op de camping arriveerde, om daar een behoorlijk ongeruste vriendin te vinden. Al met al een rit die niet bepaald vlotjes is verlopen.

Afstand : 82.31 km.

Tijd : 3:54:43

Gemiddeld : 21.04 km/u

Topsnelheid : 63 km/u

Hoogteverschil : 950 meter

 
< Vorige   Volgende >
spacer.png, 0 kB
spacer.png, 0 kB
 
Joomla Template by Joomlashack
download joomla cms download joomla themes