spacer.png, 0 kB
spacer.png, 0 kB
Winters ritje in februari '95

Winters ritje in februari '95

De ‘winter’ (tussen aanhalingstekens, want wat stelt ‘ie tegenwoordig eigenlijk nog voor) duurt me dit jaar veel te lang. Het wachten op een voorjaarszonnetje en temperaturen boven de 15 graden is ondoenlijk, wat heb ik momenteel een zin om te fietsen. Het is te hopen dat die fietsdrang tot ver in het najaar aanhoudt en dat ik er niet in juni alweer genoeg van heb. Maar dat is van later zorg. Nu verkeer ik in de gelukkige omstandigheid dat ik twee racefietsen tot mijn beschikking heb, de ene officiële racefiets staat op zolder, gemonteerd op de rollenbank, te wachten op zonniger tijden. De andere, mijn trouwe ‘slingerland’ is na een grondige spuit- en opknapbeurt ook weer in staat om wat grotere afstanden te rijden dan het dagelijkse woon – werktochtje.

Op 15 januari hield ik het niet meer, ik moest en zou gaan fietsen. In een miezerregentje en een windkrachtje vier op kop vertrok ik, dik ingepakt, voor een rondje Krimpenerwaard. Normaal fiets ik niet in dit soort weer, maar slagregens en een zuidwester storm hadden me die dag niet thuis kunnen houden. Misschien had ik het beter niet kunnen doen. Het altijd sluimerende fietsvirus stak nu in alle hevigheid de kop weer op. Alleen waren de stormen en voorjaarsregens toch net iets te vervelend, en natuurlijk altijd op de vrije zondag. Dan maar weer een uurtje op de rollen, zweten, zweten en nog eens zweten of wegdromen bij een videootje van de tour de France. Begin februari kon ik eindelijk eens twee weken vakantie nemen om wat bij te komen van de drukke maanden die achter me lagen. Het weer begon zowaar mee te zitten. Droog en niet al te veel wind. Ik kon er weer op uit, zoals vandaag, 9 februari 1995. het was wel koud, vannacht had het licht gevroren en de dagtemperatuur zou volgens de verwachtingen niet boven de vier graden uitkomen. Maar de wind was niet noemenswaardig, dus die zou niet dwars door me heen waaien. Goed dik gekleed (o.a. twee collants en vier lagen kleding voor het bovenlichaam) ging ik rond 9 uur op pad.

Een week geleden was Nederland nog in de ban van de ‘watersnood’ die in onze streken gelukkig een bijna watersnood was. De dijken die toen afgesloten waren mochten weer bereden worden en aangezien ik een echte dijkenrijder ben was het plan om een rondje Vianen te doen. Dat het water hoog had gestaan was goed te zien, een lijn van riet, takken en andere rommel langs de dijk gaf aan hoe hoog het water had gestaan. Het viel me eigenlijk nog mee, toch zeker een meter onder de dijk. In de binnendijkse weilanden waren echter wel flinke plassen te zien, ongetwijfeld veroorzaakt door het inmiddels beruchte kwelwater. De uiterwaarden stonden nog steeds volledig onder water. Meeuwen scheerden over de brede rivier, op zoek naar voedsel. Van wat knotwilgen was alleen de bovenste helft te zien. De takken van de bomen die niet waren geknot, staken als het ware smekend om droogte omhoog. Hier en daar was er een stuk afscheiding te zien wat niets af te scheiden had. Water is immers erg vloeibaar en trekt zich niets van een hekwerkje aan. De weggetjes die boeren hadden aangelegd om hun vee in de uiterwaarden te kunnen brengen hadden meer iets van een aanlegsteiger. Ze liepen nutteloos dood in een enorme waterplas. Zelfs een hele groep zwanen hadden zich een stuk van de uiterwaarden toegeëigend. Zo’n driehonderd meter lang werd ik op mijn tocht vergezeld door een reiger, die haarscherp op vijf meter buiten de kronkelende dijk iets van zijn gading zocht. Moet je je voorstellen wat een indrukwekkend schouwspel dit was. Een grijze, bewolkte hemel met een klein streepje blauw aan de horizon weerspiegeld in die gigantische stille waterplas. Bijna geen gemotoriseerd verkeer op de dijk, alleen een eenzame fietser die, genietend van een overweldigende natuur, zijn rondje reed.

De buitendijkse camping bij IJsselstein heeft waarschijnlijk de caravans net droog weten te houden, de camping aan de andere kant, in de buurt van Ameide, helaas niet. Nog steeds was men aan het pompen. Beelden van deze camping zijn ook op het journaal te zien geweest, een trieste toestand. Aan die kant van de Lek zag je ook hier en daar nog het dak van een schuur boven water uitsteken. Ik ben er, als oud woonbootbewoner, wel benieuwd naar hoe de woonboot bij Tienhoven het gehouden heeft. Die boot ligt buitendijks normaliter gewoon op het droge, met een leuk tuintje en een paadje naar de dijk. Nu het water weer gezakt was had hij zijn oude plaats weer ingenomen, maar gezien de hoogte van de waterstand die er geweest was, moet hij volgens mij zijn oude functie als drijvend voorwerp weer een tijdje hebben vervuld. Al met al was het een indrukwekkend ritje. Als je daar zo in je eentje en in alle rust rondrijdt besef je, al is het cliché net zo groot als de rivier, hoe nietig wij mensjes eigenlijk zijn. Het fietsen ging trouwens best lekker. Ik had wel iets verkeerd gegokt met de wind, die stond namelijk wat uit het westen zodat ik hem het laatste stuk, na de brug bij Vianen, tegen had. Gelukkig was hij niet echt krachtig, maar toch sterk genoeg om vervelend te zijn. Bij Bergstoep heb ik het pontje genomen om vervolgens rond half twaalf de deur van ons huisje in Schoonhoven weer te openen. Totaalafstand 56 kilometer, gemiddeld 27 km/u. lekker rustig voor een keer. Waarom ik niet bij Schoonhoven de pont heb genomen? Simpel antwoord; dan kom ik niet boven de 50 kilometer en voor minder ga ik de deur niet uit. 

Het is een aanrader om, als het mogelijk is, zo vroeg in het seizoen op een doordeweekse dag er eens op uit te trekken. Behalve een moeder met kind ben ik de hele rit geen andere fietser tegengekomen. Het was genieten

 
< Vorige   Volgende >
spacer.png, 0 kB
spacer.png, 0 kB
 
Joomla Template by Joomlashack
download joomla cms download joomla themes