spacer.png, 0 kB
spacer.png, 0 kB
De Nederlaag

De Nederlaag

In de zomer van 1990 hebben mijn toenmalige vrouw Carla en ik onder leiding van Cycletours een tocht door zuid Frankrijk gemaakt. We startten in Arles (bekend van Vincent van Gogh) en fietsten oostwaarts in de richting van de Gorges du Verdon. Oude Romeinse bouwwerken, pittoreske Franse plattelandsdorpjes, velden vol lavendel. Schitterend! Onder een stralende zon maakten we onze kilometers, streken zeer regelmatig neer op een terrasje en vonden het allesbehalve vreemd dat God dit land verkiest om te verblijven. De Gorges zijn werkelijk adembenemend. Rustig klimmend naar een hoogte van ongeveer twaalfhonderd meter zagen we rechts van ons de afgrond die de rivier de Verdon in duizenden jaren in het landschap heeft geslepen. Op het hoogste punt zie je vervolgens in het grijzige, verweerde landschap, een helblauwe vlek, helderder blauw dan de befaamde Franse lucht. Het blijk het Lac de St. Croix te zijn, nog dertig kilometer verwijderd van de plek waar we ons dan bevinden. Na een heerlijke lange afdaling vinden we verkoeling in en bij het meer.

Na het bereiken van het meer bevonden wij ons halverwege de vakantie. We reden weer westwaarts, richting Bedoin. Bij de ware klimgeit gaat bij het lezen van deze naam het hart sneller slaan. De Mont Ventoux ligt daar, de kale berg, de berg van overwinningen en stilletjes sterven. Soms helaas werkelijk, denk aan Tommy Simpson. Natuurlijk moest en zou ik ook deze berg bedwingen. Op de dag voor het vertrek naar huis moest het gebeuren. Als training en test reed ik twee dagen voor de ontmoeting met de reus de Col de l’Homme Mort (een opwekkende naam). Een Fransman die ik op de top tegenkwam verzekerde me dat de beklimming van de Ventoux weliswaar langer, maar zeker niet steiler was. Omdat de ontmoeting met deze berg van de dode man me niet veel moeite had gekost gaf die opmerking me veel vertrouwen in de afloop van het avontuur. Toen we de volgende dag met de club naar Bedoin fietsten, waren er een paar deelnemers die besloten direct de Ventoux te beklimmen, vanuit Sault. De mietjes J. Het is ze wel gelukt. Één van hen werd vlak voor de top overvallen door een enorme onweersbui. Hij kon gelukkig bij een schaapherder (waar die vandaan kwam mag Jean Pierre weten) schuilen tot het ergste voorbij was. In de, op de bui volgende, miezerregen is hij voorzichtig afgedaald, met een snelheid die niet veel hoger lag dan het tempo warmee hij de beklimming had gedaan. Verkleumd kwam hij laat in de middag aan op de camping in Bedoin.

De klim vanaf Sault was mij natuurlijk niet zwaar genoeg, ik zou nog een dag wachten. Sault ligt op 765 meter en de top van de Ventoux op 1829, de afstand tussen de twee is 26 kilometer. Bedoin echter ligt op 275 meter en de afstand naar de top is slechts 21 kilometer. Dat is dus pas het ware werk. De nacht voor de aanval sliep ik slecht, dromen van blokkerende benen, fietsverslindende bergen en vloeibaar asfalt bezorgden me een woelige, zweterige slaap. Om zeven uur stond ik op, zette koffie, at wat en trok het fietsharnas aan. Zenuwachtig vertrok ik van de camping om bij de eerste de beste supermarkt mijn rugzakje te vullen met bananen en ander krachtvoer. Ik had drie bidons vocht bij me gestoken en in de overtuiging dat ik zo wel genoeg eten en drinken bij me had om Chalet Reynard te halen begon ik aan de klim. In het centrum van Bedoin meteen rechtsaf en gaan….. Het klimmen begon meteen, eerst rustig, met af en toe een wat steiler stukje. Het rugzakje irriteerde al vrij snel, eigenlijk ging het niet zo lekker. Ik had moeite om de juiste cadans te vinden, maar vertrouwde er op dat het wel goed zou komen. Na de eerste vier kilometer toch even gestopt om wat te drinken en te eten. Zo werd die vervelende rugzak ook wat lichter. Voorbij St. Esteve het bos in, wat letterlijk droop van de vochtigheid. Het had tenslotte de vorige dag geregend en de nu doorbrekende zon verdampte het nog niet in de bodem opgenomen vocht in hoog tempo, hoger dan het mijne. In het bos komt het stijgingspercentage boven de 10% en dat is goed te merken. De 42 – 28 werd geschakeld, wat 50 meter verderop al niet meer te merken was, liefst had ik de tandwielen omgedraaid en met 18 voor en 52 achter de klim vervolgd. De rugzak begon in mijn gedachten de vorm van een molensteen aan te nemen. Als er geen eten, drinken en paspoort hadden ingezeten zou ik hem langs de weg hebben achtergelaten. Ook begon mijn rug op te spelen. Zo’n vervelende, zeurende, lage rugpijn. In het zadel, uit het zadel, handen bovenop het stuur en even later toch maar weer op de remhendels. Stampen op en trekken aan de pedalen. Na één kilometer dan maar weer van de fiets, uithijgen, rug strekken, drinken, banaantje eten, opstappen. Na vijfhonderd meter weer hetzelfde verhaal. Het ging gewoon niet. Mijn adem condenseerde en, al had ik voor de gelegenheid mijn sigaretten in de tent achtergelaten, het leek wel of ik aan een zware sigaar zat. (inmiddels rook ik dus echt niet meer J) De rug was bijna niet te strekken door de pijn. Toch weer opgestapt. Honderd meter. Gierende adem. Rugpijn. Blokkerende benen. Het was genoeg. Met het besef dat ik nog niet eens op de helft was en dat het ergste nog moest komen besloot ik terug te gaan. Een beslissing die me tranen in de ogen bezorgde van teleurstelling. Vanaf het begin van de vakantie had ik er van gedroomd om de Ventoux te pakken en dan dit… Mijn eerste fietsnederlaag, toch ook een klein beetje een overwinning omdat ik geheel tegen mijn wil in had besloten het verstandigste te doen. Te stoppen.

De Ventoux ligt er nog wel een paar jaar en of het nu dit jaar wordt of over twintig jaar, of het is met de 42 – 28 of met de mountainbike met 32-28, ik zal die klomp steen eens bedwingen. Dat weet ik zeker !!!

 
< Vorige   Volgende >
spacer.png, 0 kB
spacer.png, 0 kB
 
Joomla Template by Joomlashack
download joomla cms download joomla themes